7 nov 2017
Big Picture

Hoe autonome voertuigen kunnen leren van ‘shared mobility’

Een auto nemen wanneer je hem nodig hebt en hem op de bestemming achterlaten was een fundamentele stap naar een nieuwe manier van mobiliteit. Nu concentreren de deskundigen zich op de onvermijdelijke volgende stap: autonome voertuigen. Sandra Phillips, Shared Mobility Architect en oprichtster van movmi, legt uit hoe deze twee ideeën aan elkaar gekoppeld zijn.

Sandra, je bent ervan overtuigd dat ‘shared mobility’ – of deelmobiliteit – een voorloper is van autonoom rijden. Hoezo?

Ik denk dat de twee aspecten op drie manieren aan elkaar gelinkt zijn:

Allereerst verzamelen we enorm veel data via shared mobility. We kunnen patronen zien waarbinnen mensen zich door de stad bewegen, waar ze een auto nemen en waar ze die weer achterlaten.

Dit soort gegevens stelt autonome voertuigen in staat om te leren, hun netwerk te optimaliseren en hun routes aan de servicevraag aan te passen.

Ten tweede heeft shared mobility al het fundament gelegd voor de processen die we nodig hebben voor de netwerken van autonome voertuigen: de industrie heeft een helder idee over hoe de schoonmaak, het onderhoud en het omgaan met gevonden voorwerpen in gedeelde voertuigen moet worden afgehandeld.

Dit kan eenvoudig worden uitgebreid naar gedeelde autonome voertuigen.

Ten derde heeft shared mobility de samenleving een andere vorm van vertrouwen gegeven.

We vertrouwen erop dat de persoon voor ons de gedeelde ruimte op een aangename manier achterlaat.

Ook carpooling en meerijdervaringen leren ons andere mensen te vertrouwen. En dat in een heel kleine gedeelde ruimte.

Als er geen chauffeur meer is, kunnen deze nieuwe publiek gedeelde ruimten heel snel heel gevaarlijk worden.

Daarom hebben we een systeem nodig dat voortbouwt op vertrouwen – zoals jouw ervaringen beoordelen voor andere passagiers. Shared mobility geeft ons hiervoor de beste voorbeelden.

 

Denk je dat autonome voertuigen alleen gedeeld worden en niet in privébezit komen?

Ik ben er een groot voorstander van dat ze moeten worden gedeeld. Om twee redenen:

de eerste is dat het te duur gaat worden om een autonoom voertuig te kopen, vooral in het begin.

De sensoren, die momenteel de beste in hun klasse zijn, kosten rond de 75 duizend euro per stuk en het zal lang duren voordat sensoren van dezelfde kwaliteit goedkoop genoeg zijn voor consumenten.

Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat de industrie een verantwoordelijkheid heeft om ze als ‘shared’ in de markt te zetten. Anders komt er alleen maar meer verkeer bij en lossen we niets op.

Dan is het gewoon een nieuw speeltje zonder hoger doel.

Daarom vind ik ook dat een overheidsinstantie in bepaalde mate betrokken moet zijn in het exploiteren van het netwerk van deze gedeelde autonome voertuigen. De overheid kan garanderen dat alle delen van een stad verbonden worden en dat openbaar vervoer beschikbaar en betaalbaar is voor iedereen.

 

Wat zorgt ervoor dat de gebruikerservaring met autonome voertuigen goed is?

Anders dan beoordelingen van andere passagiers, moet de dienst betrouwbaar zijn.

Je kunt dit bereiken door de on-demandmodellen uit te breiden en ook door abonnementen te introduceren of de optie dat een voertuig vooraf te boeken is.

Op die manier weet je dat er altijd een bepaald soort vervoermiddel beschikbaar is, dat je van A naar B brengt. Op die manier wordt het autonome voertuig de optimale eerste en laatste kilometeroplossing.

                                                                                                                        

Hoe gaan openbaar vervoer en autonoom rijden samen?

Openbaar vervoer is een gevestigd fenomeen en autonoom rijden zal toegevoegd worden. Autonome voertuigen zijn op aanvraag beschikbaar in tegenstelling tot openbaar vervoer dat met een dienstregeling werkt.

Bovendien zullen autonome voertuigen er in alle soorten en maten komen, wat betekent dat het idee dat we van “auto’s” of “bussen” hebben kan veranderen.

Ik denk dat je kunt kiezen welk voertuigtype het beste bij je behoeften past: een “busje” om alle buurtkinderen naar school te vervoeren, een kleine auto voor jou en jouw collega, maar ook bussen of treinen die zonder chauffeur of machinist rijden.

 

Als we de mobiliteit gaan voorbereiden op gedeelde autonome netwerken, zijn er dan nog problemen waarmee we rekening moeten houden?

Er zijn twee grote uitdagingen waarmee we rekening moeten houden bij de opzet van zulke netwerken:

zonder chauffeur bestaat het risico dat mensen nog geïsoleerder van elkaar raken. Want je hoeft de chauffeur niet te vragen om te stoppen of de buurman om een lift te vragen.

Mensen kunnen dus besluiten nog minder met anderen te praten.

Dit is een probleem, want uit onderzoek blijkt dat in geïndividualiseerde samenlevingen ziekten zoals depressie, toenemen. We moeten daarom zorgen dat we deze nieuwe systemen bouwen met technologie die sociale contacten koesteren.

De industrie moet ook een manier vinden om mensen aan te moedigen deze gedeelde ruimten met respect te behandelen en op zo’n manier achterlaten dat de volgende gebruiker zich ook prettig voelt.

Shared mobility-diensten worstelen nu al met dit probleem en we hebben nog geen oplossing gevonden. We moeten er zeker over gaan nadenken bij de gedeelde autonome netwerken.

 

Bedankt, Sandra!

 

Wat denk jij? Hoe zouden mensen gemotiveerd kunnen worden om gedeelde voertuigen zo te behandelen dat ze netjes en schoon blijven en dus comfortabel voor alle gebruikers?